Ongevallen tijdens het sporten
Iedereen kan zich wel de situatie indenken dat twee sporters in de hitte van de strijd tegen elkaar aanbotsen, met alle gevolgen van dien. Denk ook aan de bal die een speler op een ongelukkige plek raakt, zoals het oog of het gebit. Dit soort voorvallen kunnen nogal nare consequenties zoals letsel met zich meebrengen. Bij jeugdspelers die de sport nog niet goed beheersen doen dit soort voorvallen zich in de regel nog vaker voor. Wie is nu aansprakelijk voor de schade die hieruit voortvloeit en wat houdt de zorgplicht van de vereniging in?
Onrechtmatig handelen
Iemand letsel toebrengen tijdens een sportwedstrijd geldt in bepaalde gevallen juridisch als een onrechtmatige daad ten opzichte van die ander. De schade die hieruit voortvloeit is voor rekening van de persoon die onrechtmatig heeft gehandeld. Als er geen sprake is van onrechtmatig handelen, draagt iedere speler zijn eigen schade.
Wanneer handelt een sporter onrechtmatig jegens een andere sporter? Dit is afhankelijk van alle omstandigheden van het specifieke geval. De Hoge Raad, het hoogste rechtscollege in Nederland, heeft geoordeeld dat een handeling in een sport- en spelsituatie minder snel als onrechtmatig wordt beoordeeld dan wanneer deze zelfde gedraging niet in het kader van sport en spel heeft plaatsgevonden. De Hoge Raad vindt dat gedragingen die buiten een spelsituatie als onvoorzichtig en daarom als onrechtmatig aan te merken zijn, binnen een spelsituatie niet als zodanig hoeven te worden beschouwd, indien het gedragingen zijn die de spelers tot op zekere hoogte van elkaar kunnen en mogen verwachten.
Sporters worden geacht risico´s bewust te aanvaarden omdat zij zich tijdens het sporten blootstellen aan de gevaarlijke gedragingen waartoe de sport of het spel uitlokt en die ook te verwachten zijn. Daarbij geldt wel dat spelers een bepaalde zorgvuldigheid jegens elkaar in acht dienen te nemen.
Kinderen
Kinderen kunnen in het algemeen de consequenties van een bepaalde handeling minder goed inschatten.
Volgens de wet kan een gedraging van een kind tot 14 jaar niet als een onrechtmatige daad worden beschouwd. Wel rust op de ouders of voogd een risicoaansprakelijkheid. Dit houdt in dat, indien de gedraging wel als een onrechtmatige daad zou worden beschouwd als het kind 14 jaar of ouder zou zijn geweest, de ouders of voogd aansprakelijk zijn voor alle schade die uit de gedraging voortvloeit.
Voor kinderen in de leeftijd van 14 tot 16 jaar geldt dat de ouders of voogd in beginsel naast het kind aansprakelijk zijn voor diens onrechtmatige gedragingen, tenzij hen niet verweten kan worden dat zij de gedraging van het kind niet hebben belet. Wanneer de ouders of voogd kunnen aantonen dat hen niets te verwijten valt, kan het slachtoffer zijn of haar schade alleen verhalen op het kind.
Voor handelingen van kinderen van 16 jaar en ouder zijn de ouders of voogd slechts aansprakelijk indien hen iets kan worden verweten.
Zorgplicht
Op een vereniging rust een bepaalde zorgplicht jegens een ieder die van haar sportaccommodatie gebruik maakt of die op het sportcomplex aanwezig is. Indien een vereniging een bepaalde situatie in het leven roept en laat voortbestaan die gevaarlijk kan zijn voor iemand die niet oplet of die onvoorzichtig is, moet de vereniging bepaalde veiligheidsmaatregelen treffen. Zo dient een ijshockeyvereniging een plexiwand om het ijshockeyveld te plaatsen om te voorkomen dat de toeschouwers geraakt worden door de puk die onbedoeld het speelveld uit vliegt.
Als een vereniging haar zorgplicht niet in acht neemt kan dat tot aansprakelijkheid leiden. Het is dus essentieel dat de vereniging goed te rade gaat of zij in een bepaalde situatie gehouden is veiligheidsmaatregelen te treffen.
De volgende omstandigheden zijn hierbij van belang:
- de mate van waarschijnlijkheid dat de onoplettendheid en de onvoorzichtigheid kan worden verwacht. Daarbij is onoplettend en onvoorzichtig gedrag van kinderen veel waarschijnlijker dan van volwassenen;
- de grootte van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan;
- de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben;
- de mate van bezwaarlijkheid voor het treffen van maatregelen.
Sommige risico´s zijn onvermijdelijk. Bij een turnwedstrijd bijvoorbeeld of bij een motorcrosswedstrijd is de kans op een valpartij zeer reëel en niet altijd te vermijden. De vereniging dient in die situaties maatregelen te treffen om de gevolgen van een dergelijke val te voorkomen: de vereniging dient er voor te zorgen dat een turner op een goede mat terecht komt en dat de motorrijder tijdens de valpartij niet tegen een hard obstakel aan botst.
In een aantal uitspraken heeft de Hoge Raad aangegeven dat een vereniging onder meer dient te zorgen voor:
- Voldoende opgeleid personeel, zoals trainers. De trainer dient ook een bepaalde zorgvuldigheid in acht te nemen. Een jeugdtrainer mag de kinderen geen oefeningen laten doen die tot gevaarlijke of onverantwoorde situaties kunnen leiden. Denk aan een oefening tijdens de tennistraining waarbij het ballenkanon veel te dicht bij de kinderen is geplaatst. Ook moet de trainer ingrijpen op het moment dat de kinderen de instructies niet correct opvolgen en er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
- Deugdelijk en voldoende materiaal. Bij een hockeyvereniging valt te denken aan bijvoorbeeld de staat van het kunstgrasveld, correcte en veilige keepersuitrusting.
- Voldoende vrijwilligers. Dit vereiste is ondermeer van belang bij sporten waarbij een speler lijfelijk dient te worden geassisteerd bij de uitoefening, zoals bijvoorbeeld het geval is bij turnen.
Conclusie
Uit het vorenstaande blijkt dat indien er sprake is van het toebrengen van letsel in een sport- en spelsituatie, een handeling minder snel als onrechtmatig wordt beoordeeld dan wanneer deze zelfde gedraging niet in het kader van sport en spel heeft plaatsgevonden. Daarbij is een handeling van een kind minder snel als onrechtmatig te beoordelen omdat een kind de consequenties van een bepaald handelen over het algemeen minder goed kan inschatten. Verder bestaat er een zorgplicht van de sportvereniging jegens een ieder die van haar sportaccommodatie gebruik maakt of die op het sportcomplex aanwezig is. Indien verenigingen deze zorgplicht niet in acht neemt, kan dit tot aansprakelijkheid van de vereniging leiden.
Floor de Groof Specialist Ondernemingsrecht hockey@cms-dsb.com
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Sportieve Zaken augustus 2005

